Woonhuis Simon Luimstra en Antje Bakker

Inleiding

Mijn overgrootouders Simon Reinders Luimstra (1857-1921) en Antje Hielkes Bakker (1857-1939) woonden in Surhuisterveen. Volgens mijn moeder was dat ten zuidoosten van het Blauhûs een eind het land in, ongeveer tegenover de boerderij van de ouders van Simon Luimstra. Dat waren Reinder Simons Luimstra (1835-1903) en Sjoukje Teijes van der Laan (1833-1927). Ze woonden op een plek waar al verscheidene generaties Luimstra voor hen hadden gewoond. Dit blijkt uit de tekst van een gevelsteen waarover ik al eerder op deze website heb geschreven. Dit gebied werd vroeger vaak aangeduid als ‘boppe op ‘t Fean’ (bovenop Surhuisterveen). Ik had al jaren een vermoeden waar het huis van mijn overgrootouders heeft gestaan, maar nu is dat vermoeden pas bevestigd. Lees “Woonhuis Simon Luimstra en Antje Bakker” verder

Boedelscheiding Reinder Simons Luimstra 2

Van de boedelscheiding van mijn betovergrootvader Reinder Simons Luimstra uit 1904 is een volledige transcriptie gemaakt. Uit de documenten blijkt o.a. dat Simon Reinders Luimstra onder huwelijksvoorwaarden was getrouwd en dat hij volgens zijn testament wilde dat zijn weduwe tot haar dood over zijn volledige erfenis kon beschikken. Zijn kinderen stemden hier echter niet mee in. De boedel moest dus worden verdeeld. Hier kwam een hele stapel papieren aan te pas. Uiteindelijk erfde elk van zijn acht kinderen (of hun erfgenamen als ze waren overleden) 4288 gulden! Om aan te geven hoeveel geld dit toen was: dit was ongeveer de helft van de taxatiewaarde van de boerderij van Reinder Simons Luimstra incl. de paar stukken land erom heen.

De totale nalatenschap van Reinder Simons Luimstra bedroeg 45.735 gulden. Zijn weduwe, Sjoukje Teyes van de Laan, kreeg een kwart (11.434 gulden). De rest werd over de acht ‘staken’ verdeeld (elk 4.288). Lees “Boedelscheiding Reinder Simons Luimstra 2” verder

Genealogie Piekstra (C)

(Versie 27-12-2017)


Aafke Annes Piekstra krijgt in 1816 in Surhuisterveen een buitenechtelijke zoon Anne bij een onbekende man. De nakomelingen van Anne dragen de achternaam Piekstra, net als het nageslacht van de broers van zijn moeder (zie genealogie Piekstra A) en haar oom Jan Hendriks Pykstra (zie Genealogie Piekstra B).

Geboorteplaatsen genealogie Aafke Annes Piekstra. Klik op kaart voor meer details.
Geboorteplaatsen in genealogie Aafke Annes Piekstra

Lees “Genealogie Piekstra (C)” verder

Genealogie Piekstra (A)

(Versie 27-12-2017)


In december 1811 neemt Martjen Hendriks, weduwe van Anne Ottes, de achternaam Pykstra aan. Die naam verwijst naar haar vader Hendrik Jans Pyk. Haar moeder was Aafke Freerks. Dit paar woonde in Noordwijk toen Martjen gedoopt werd. Martjen had een broer Jan, die in 1792 bij zijn huwelijk Jan Hendriks Pijk werd genoemd en bij de doop van zijn vier kinderen Jan Hendriks Pykstra. Hij is al in 1808 in Bergum overleden, maar zijn achternaam wordt via zijn zoon Hendrik Jans Pykstra doorgegeven aan zijn nakomelingen. Die vallen echter buiten deze genealogie van Anne Ottes (zie Genealogie Piekstra B). Lees “Genealogie Piekstra (A)” verder

Sybrandus en Sjoerd Huisinga 2

Naar aanleiding van mijn artikel in Sneuper nr 94, ontving ik van Melle Koopmans een aantal vermeldingen van deze twee mannen in de sententies van het Hof van Friesland. Hieruit blijkt dat Sybrandus Huisinga klerk is in Leeuwarden (1697) en Oostdongeradeel (1700), voordat hij secretaris van Achtkarspelen wordt. In die hoedanigheid wordt hij diverse keren genoemd.(1) Verder is uit de vermeldingen af te leiden dat Sybrandus omstreeks 1662 geboren is en Sjoerd rond 1695. Dit leeftijdsverschil is zo groot dat ze geen volle broers kunnen zijn. Halfbroers zou wel kunnen, als hun vader voor de tweede keer getrouwd is met een veel jongere vrouw. Een andere mogelijkheid is dat Sjoerd een neef (‘omkesizzer’) van Sybrandus is. Omdat Sybrandus bij zijn overlijden rond de 67 was, zou het niet zo vreemd zijn als er geen broer meer in leven was om als voogd voor de minderjarige kinderen op te treden. Lees “Sybrandus en Sjoerd Huisinga 2” verder

Sybrandus en Sjoerd Huisinga

Sybrandus en Sjoerd Huisinga: secretaris van Achtkarspelen en bode der stad Dokkum

Aanleiding

Hendrik Lammerts woonde in Augustinusga. Op 23 april 1731 proclameert hij dat hij drievijfde deel van het huis koopt dat hij zelf bewoont. Het andere deel is eigendom van Sjoerd Lammerts, waarschijnlijk zijn broer, die ik eerder al in de speciekohieren had aangetroffen. De verkoper is “Teke Zapes(1), wonende op ‘t Surhuisterveen, voor hemselfs en als gecommiteerde van de borgen voor wijlen de secretarius Huisinga”.(2) Het heeft overigens wel even geduurd voordat ik deze moeilijk leesbare passage had ontcijferd. Vrij snel daarna kwam ik erachter dat twee jaar daarvoor een inventaris was opgemaakt van het sterfhuis van Sybrandus Huisinga, de secretaris van Achtkarspelen.(3) Omdat de datum bekend was, kon ik die snel terugvinden in de weesboeken. Lees “Sybrandus en Sjoerd Huisinga” verder

Honingdiefstal in Rottevalle

Mijn voorvader Pyter Ages uit Rottevalle is in de herfst van 1783 het slachtoffer van honingdiefstal. De dader is Jeltje Jans. Dit ontdekte ik in een oude publicatie van de bekende archiefonderzoeker R.S. Roorda. Een nakomeling van Jeltje stuurde mij kopieën van de verhoren van getuigen en dader door het nedergerecht Achtkarspelen.

Lees “Honingdiefstal in Rottevalle” verder

Bewoningsgeschiedenis Langewyk (Boelenslaan)

Dit artikel gaat over de resultaten van mijn onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van de omgeving van mijn ouderlijk huis. Hierbij gaat het om het gebied in de gemeente Achtkarspelen dat voor 1943 bij Rottevalle hoorde en nu bij Boelenslaan. Het onderzoeksgebied ligt tussen de Mûntsegroppe in het westen en de Fjouwerroeden in het oosten. Midden door dat gebied loopt van noord naar zuid de Langewyk, die vanaf de 17e eeuw een belangrijke functie vervulde bij de vervening van het gebied.

Verderop wordt ingegaan op de bewoners van Langewyk en omgeving volgens het oudste kadaster (1824). Omdat eigenaren niet beslist de bewoners hoeven te zijn heb ik ook diverse andere bronnen geraadpleegd (registratie familienamen 1811, volkstelling 1840, bevolkingsregister 1850-1910, burgerlijke stand, notariele akten). Het onderzochte gebied valt onder de kadastrale gemeente Drogeham, Sectie E.

Eerst wordt een overzicht gegeven van de situatie in 1824, onder andere met een aantal kaartjes. Daarna komen een aantal bewoners aan de orde. Van elk van de bewoners uit 1824 heb ik geprobeerd na te gaan wie ze waren, waar ze vandaan kwamen en wie er na hen op deze plek zijn komen wonen. Ik was vooral benieuwd of er verbanden zijn tussen de bewoners van 1824 en de bewoners uit mijn kindertijd. Dit artikel bevat slechts een fractie van de verzamelde gegevens. Lees “Bewoningsgeschiedenis Langewyk (Boelenslaan)” verder