Op 9 november 1810 laten de echtgenoten Bouwe Hylkes en Trijntje Jacobs uit Drogeham hun testamenten opmaken door notaris Jan Romein. Hier ga ik in op het testament van Bouwe Hylkes, die in 1811 de achternaam Van der Meulen aan zal nemen. Hij is nu rentenier, maar was daarvoor molenaar en bakker in Drogeham. Het document begint met vrij gebruikelijke bepalingen. Na zijn overlijden krijgt zijn weduwe het vruchtgebruik. Wel moet ze zorgen dat de waarde van de bezittingen in stand blijft. Tot erfgenamen benoemt hij zijn vijf nog levende kinderen en het dochtertje van een eerder dat jaar overleden dochter. Lees verder “Testament Bouwe Hylkes van der Meulen (1810)”
Tag: Achtkarspelen
Sterfhuisinventaris Simon IJes Luimstra (1815)
1 Algemene toelichting
Simon IJes Luimstra (1731-1815) was een welgestelde boer aan de Blauwhuisterweg in Surhuisterveen. Daar was op nummer 38 tot een jaar of tien geleden nog een gevelsteen uit 1787 te zien, met een rijmpje en de initialen van hem en zijn vrouw, Janke Gooitzens Luimstra. De laatste jaren van zijn leven woonde hij als rentenier met zijn vrouw in Augustinusga. De exacte plek is mij sinds kort bekend (hoek Geawei/Tsjerkepaad). Zijn vrouw overleed in 1810. Voor zover het om onroerend goed gaat, denk ik dat haar nalatenschap onverdeeld is gebleven. Omdat zij de enige erfgenaam van de ‘commies van ’s lands middelen’ Gooitzen Deddes Luimstra was, zal een deel van de in deze inventaris beschreven percelen van hem afkomstig zijn. Dat geldt in ieder geval voor zijn eigen huis, dat hij in 1743 had gekocht, en waar anno 1815 zijn kleindochter Ymkjen Simons Luimstra woonde. Zij koopt later in 1815 driekwart van drie naast elkaar staande huizen. Het meest noordelijke daarvan was het sterfhuis van Simon IJes Luimstra, waar de beschrijving van de inventaris plaatsvond. De laatste jaren van zijn leven werd hij rentenier genoemd. Lees verder “Sterfhuisinventaris Simon IJes Luimstra (1815)”
Stemkohieren Achtkarspelen bijna verbrand (1796)
Inleiding
In 1796 stelde een comité uit Achtkarspelen aan het provinciebestuur voor om de stemkohieren maar te verbranden. Die pasten niet meer bij de nieuwe tijd die na de patriottische omwenteling van 1795 was aangebroken. Voor die tijd was het stemrecht gekoppeld aan het bezit van bepaalde boerderijen. Die waren steeds meer in handen gekomen van een kleine politieke elite. Gelukkig voor stamboomonderzoekers besloot het provinciebestuur om de stemkohieren toch nog maar even te bewaren. Lees verder “Stemkohieren Achtkarspelen bijna verbrand (1796)”
De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779) deel 2
In een eerder artikel beschreef ik een brief die in 1779 in Surhuizum door Alida Schouten werd geschreven en bestemd was voor haar neef Fredrik Bernard Giffenig te Mannar (Ceylon). De brief is buitgemaakt door de Engelsen tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog. Pas later heb ik informatie gevonden over het schip waarmee deze brief werd vervoerd. Dat leverde meer op dan ik had verwacht.
Lees verder “De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779) deel 2”
De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779)
1 Inleiding
Sinds kort is op de website Brieven als Buit een grote verzameling oude brieven in te zien. Die brieven zijn afkomstig van Nederlandse schepen die in de 17e en 18e eeuw door de Engelsen zijn gekaapt. Enkele jaren geleden zijn de brieven ontdekt in de Britse National Archives. Slechts een klein deel is nu op de genoemde website te doorzoeken.
Ik was benieuwd of er ook brieven uit Friesland tussen zaten. Dat is op twee manieren te bekijken. De eerste manier is via de filters rechtsboven op de webpagina. Maar dat veronderstelt dat de plaatsen van de afzender en geadresseerde juist zijn herkend en ingedeeld. De tweede manier is zoeken via woorden in de tekst, linksboven op de webpagina. Langs deze weg vond ik een brief die ik meteen herkende als afkomstig uit Friesland. Op 1 november 1779 schreef de weduwe Alida Schouten een brief aan haar neef Fredrik Bernard Giffenig. Volgens de website is de achternaam Gifferig, maar ik vind het toch meer op Giffenig lijken. Ook stelt de website dat deze brief afkomstig is uit Duitsland. Het is eenvoudig aan te tonen dat dat niet klopt. Over de bestemming tast de website in het duister. Met de nodige moeite heb ik de woonplaats van de geadresseerde gevonden. Maar toen ik die eenmaal had, kwam ik geleidelijk aan steeds meer informatie over hem op het spoor. Verder heb ik over alle personen die in de brief worden genoemd wel iets gevonden. Lees verder “De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779)”
Volkstelling 1744 Achtkarspelen
In juli 2011 heb ik meegewerkt aan een initiatief van Tresoar om de gegevens van de Volkstelling van 1744 in te voeren. Ik heb toen alle gegevens van de gemeente Achtkarspelen ingevoerd. Uiteindelijk zullen de gegevens van heel Friesland te doorzoeken zijn op tresoar.nl. De gegevens van Achtkarspelen stel ik alvast beschikbaar in de vorm van een lijst.
Genealogie Van der Kloet
Versie 8-2-2026
Inleiding
Als in 1811 in Friesland familienamen moeten worden gekozen, zijn er maar twee personen die de achternaam Van der Kloet laten registreren. De ene is Sake Jans van der Kloet uit Garijp. Hij en zijn nakomelingen blijven deze achternaam consequent gebruiken. De andere is de voogd van de kinderen van Wybe Geeles. Hij neemt voor hen weliswaar de achternaam Van der Kloet aan, maar in de burgerlijke stand komen zij en hun nakomelingen alleen onder de naam Kloetstra voor. Alle Friese Van der Kloeten behoren dus tot dezelfde familie.
Sake Jans van der Kloet was een zoon van de welgestelde boer Jan Romkes. Die pachtte net als zijn vader de boerderij die stond op de plek waar voor de hervorming het klooster van Siegerswoude (onder Garijp) stond. Ook Sake Jans is hier enkele jaren boer. Later wordt zijn plaats ingenomen door zijn broer Romke, die in 1811 de achternaam Kloosterman aanneemt. Sake Jans van der Kloet oefent daarna nog verschillende beroepen uit (schipper, koopman/winkelier). In de laatste periode van zijn leven had hij een huis in Garijp aan de Inialoane, waar nu de Iniabar is gevestigd.
De nakomelingen van Sake Jans van der Kloet wonen binnen Friesland voornamelijk in de gemeenten Tietjerksteradeel (Garijp, Bergum, Hardegarijp) en Achtkarspelen (Surhuizum, Augustinusga). Een deel gaat in de provincie Groningen wonen, bijvoorbeeld in Grootegast en Doezum. De meeste nakomelingen waren arbeider van beroep.
Buiten Friesland woonden in de negentiende eeuw wel andere families Van der Kloet. In chronologische volgorde trof ik die in GenLias aan in de volgende gemeenten: Dordrecht (vanaf 1812), Vreeland (vanaf 1830), Bergambacht (vanaf 1835), Schoorl (vanaf 1845), Arnhem (vanaf 1853), Bergen op Zoom (vanaf 1854), Meppel (vanaf 1864), Zwijndrecht (vanaf 1866), Amsterdam (vanaf 1869), Axel (vanaf 1889), Rheden (vanaf 1890) en Gorinchem (vanaf 1895). Het grootste aantal Van der Kloeten komt in de negentiende eeuw voor in Dordrecht. In de andere gemeenten gaat het in veel gevallen om personen die afkomstig zijn uit die stad.
Woonhuis Simon Luimstra en Antje Bakker
Inleiding
Mijn overgrootouders Simon Reinders Luimstra (1857-1921) en Antje Hielkes Bakker (1857-1939) woonden in Surhuisterveen. Volgens mijn moeder was dat ten zuidoosten van het Blauhûs een eind het land in, ongeveer tegenover de boerderij van de ouders van Simon Luimstra. Dat waren Reinder Simons Luimstra (1835-1903) en Sjoukje Teijes van der Laan (1833-1927). Ze woonden op een plek waar al verscheidene generaties Luimstra voor hen hadden gewoond. Dit blijkt uit de tekst van een gevelsteen waarover ik al eerder op deze website heb geschreven. Dit gebied werd vroeger vaak aangeduid als ‘boppe op ’t Fean’ (bovenop Surhuisterveen). Ik had al jaren een vermoeden waar het huis van mijn overgrootouders heeft gestaan, maar nu is dat vermoeden pas bevestigd. Lees verder “Woonhuis Simon Luimstra en Antje Bakker”
Boedelscheiding Reinder Simons Luimstra 2
Van de boedelscheiding van mijn betovergrootvader Reinder Simons Luimstra uit 1904 is een volledige transcriptie gemaakt. Uit de documenten blijkt o.a. dat Simon Reinders Luimstra onder huwelijksvoorwaarden was getrouwd en dat hij volgens zijn testament wilde dat zijn weduwe tot haar dood over zijn volledige erfenis kon beschikken. Zijn kinderen stemden hier echter niet mee in. De boedel moest dus worden verdeeld. Hier kwam een hele stapel papieren aan te pas. Uiteindelijk erfde elk van zijn acht kinderen (of hun erfgenamen als ze waren overleden) 4288 gulden! Om aan te geven hoeveel geld dit toen was: dit was ongeveer de helft van de taxatiewaarde van de boerderij van Reinder Simons Luimstra incl. de paar stukken land erom heen.
De totale nalatenschap van Reinder Simons Luimstra bedroeg 45.735 gulden. Zijn weduwe, Sjoukje Teyes van de Laan, kreeg een kwart (11.434 gulden). De rest werd over de acht ‘staken’ verdeeld (elk 4.288). Lees verder “Boedelscheiding Reinder Simons Luimstra 2”
Genealogie Piekstra (C)
Versie 8-2-2026
Inleiding
Aafke Annes Piekstra krijgt in 1816 in Surhuisterveen een buitenechtelijke zoon Anne bij een onbekende man. De nakomelingen van Anne dragen de achternaam Piekstra, net als het nageslacht van de broers van zijn moeder (zie genealogie Piekstra A) en haar oom Jan Hendriks Pykstra (zie Genealogie Piekstra B).