Woonhuis Geert Aans de Haan onder Drogeham

Dankzij een notariële akte heb ik de exacte plek onder Drogeham ontdekt waar mijn betovergrootvader Geert Aans de Haan (1819-1894) heeft gewoond. Hij was het grootste deel van zijn leven arbeider van beroep. Later was hij ‘karrijder’. Mogelijk ging dat om een bodedienst met een hondenkar op een grotere plaats in de buurt.

huisgeertaansdehaan_0

Lees “Woonhuis Geert Aans de Haan onder Drogeham” verder

Benoeming Gooitzen Luimstra tot procureur-fiscaal van Achtkarspelen (1738)

De familie Luimstra dankt haar naam aan Gooitzen Deddes Luimstra. Bij de verplichte invoering van familienamen in 1811 nam zijn schoonzoon Symen IJes de achternaam van zijn vrouw Janke Luimsta over. Gooitzen Luimsta heeft verschillende officiële ambten vervuld, zoals procureur-fiscaal bij het nedergerecht Achtkarspelen en commies van ‘s lands middelen in Oostergo. Dit artikel gaat over de eerste functie en wat ik daarover te weten ben gekomen via de recesboeken van Achtkarspelen.

voorkantrecesboekachtkarspelen-1737-1743

Lees “Benoeming Gooitzen Luimstra tot procureur-fiscaal van Achtkarspelen (1738)” verder

Levensloop Hylke Bouwes van der Meulen (1780-1814)

Hylke Bouwes wordt in 1780 geboren als zoon van Bouwes Hylkes en Trijntje Jacobs. Zijn vader is molenaar en bakker in Drogeham en neemt later de achternaam Van der Meulen aan. Hylke trouwt omstreeks 1802 met Antje Andries. Zij is een dochter van Andries Atzes en Hylkjen Hepkes. Haar vader is boer op het Witveen onder Oostermeer en neemt in 1811 de achternaam Van Dijk aan. Zijn boerderij stond op de hoek van de Seadwei en de Mûntsegroppe (huidig adres: Seadwei 27).

Zijn vader bepaalt in zijn testament, dat Bouwe Hylkes tijdens zijn leven niet over zijn erfdeel mag beschikken. Dit vanwege ‘verkwisting en wangedrag’ door hem en zijn vrouw Antje Andries. Een goede aanleiding om de feiten over hun leven eens op een rijtje te zetten. Ik doe dat deels op basis van gegevens die ik al had en deels op basis van nieuw bij elkaar gezocht materiaal.

Voordat ik het testament van zijn vader had gezien, was het me al opgevallen dat hij binnen de familie uit de toon viel. De laatste jaren van zijn leven was hij arbeider en hij kwam door verdrinking om het leven. Lees “Levensloop Hylke Bouwes van der Meulen (1780-1814)” verder

Testament Bouwe Hylkes van der Meulen (1810)

Op 9 november 1810 laten de echtgenoten Bouwe Hylkes en Trijntje Jacobs uit Drogeham hun testamenten opmaken door notaris Jan Romein. Hier ga ik in op het testament van Bouwe Hylkes, die in 1811 de achternaam Van der Meulen aan zal nemen. Hij is nu rentenier, maar was daarvoor molenaar en bakker in Drogeham. Het document begint met vrij gebruikelijke bepalingen. Na zijn overlijden krijgt zijn weduwe het vruchtgebruik. Wel moet ze zorgen dat de waarde van de bezittingen in stand blijft. Tot erfgenamen benoemt hij zijn vijf nog levende kinderen en het dochtertje van een eerder dat jaar overleden dochter. Lees “Testament Bouwe Hylkes van der Meulen (1810)” verder

Sterfhuisinventaris Simon IJes Luimstra (1815)

1 Algemene toelichting

Simon IJes Luimstra (1731-1815) was een welgestelde boer aan de Blauwhuisterweg in Surhuisterveen. Daar was op nummer 38 tot een jaar of tien geleden nog een gevelsteen uit 1787 te zien, met een rijmpje en de initialen van hem en zijn vrouw, Janke Gooitzens Luimstra. De laatste jaren van zijn leven woonde hij als rentenier met zijn vrouw in Augustinusga. De exacte plek is mij sinds kort bekend (hoek Geawei/Tsjerkepaad). Zijn vrouw overleed in 1810. Voor zover het om onroerend goed gaat, denk ik dat haar nalatenschap onverdeeld is gebleven. Omdat zij de enige erfgenaam van de ‘commies van ‘s lands middelen’ Gooitzen Deddes Luimstra was, zal een deel van de in deze inventaris beschreven percelen van hem afkomstig zijn. Dat geldt in ieder geval voor zijn eigen huis, dat hij in 1743 had gekocht, en waar anno 1815 zijn kleindochter Ymkjen Simons Luimstra woonde. Zij koopt later in 1815 driekwart van drie naast elkaar staande huizen. Het meest noordelijke daarvan was het sterfhuis van Simon IJes Luimstra, waar de beschrijving van de inventaris plaatsvond. De laatste jaren van zijn leven werd hij rentenier genoemd. Lees “Sterfhuisinventaris Simon IJes Luimstra (1815)” verder

Stemkohieren Achtkarspelen bijna verbrand (1796)

Inleiding

In 1796 stelde een comité uit Achtkarspelen aan het provinciebestuur voor om de stemkohieren maar te verbranden. Die pasten niet meer bij de nieuwe tijd die na de patriottische omwenteling van 1795 was aangebroken. Voor die tijd was het stemrecht gekoppeld aan het bezit van bepaalde boerderijen. Die waren steeds meer in handen gekomen van een kleine politieke elite. Gelukkig voor stamboomonderzoekers besloot het provinciebestuur om de stemkohieren toch nog maar even te bewaren. Lees “Stemkohieren Achtkarspelen bijna verbrand (1796)” verder

De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779) deel 2

In een eerder artikel beschreef ik een brief die in 1779 in Surhuizum door Alida Schouten werd geschreven en bestemd was voor haar neef Fredrik Bernard Giffenig te Mannar (Ceylon). De brief is buitgemaakt door de Engelsen tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog. Pas later heb ik informatie gevonden over het schip waarmee deze brief werd vervoerd. Dat leverde meer op dan ik had verwacht.

Lees “De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779) deel 2” verder

De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779)

1 Inleiding

Sinds kort is op de website Brieven als Buit een grote verzameling oude brieven in te zien. Die brieven zijn afkomstig van Nederlandse schepen die in de 17e en 18e eeuw door de Engelsen zijn gekaapt. Enkele jaren geleden zijn de brieven ontdekt in de Britse National Archives. Slechts een klein deel is nu op de genoemde website te doorzoeken.

Ik was benieuwd of er ook brieven uit Friesland tussen zaten. Dat is op twee manieren te bekijken. De eerste manier is via de filters rechtsboven op de webpagina. Maar dat veronderstelt dat de plaatsen van de afzender en geadresseerde juist zijn herkend en ingedeeld. De tweede manier is zoeken via woorden in de tekst, linksboven op de webpagina. Langs deze weg vond ik een brief die ik meteen herkende als afkomstig uit Friesland. Op 1 november 1779 schreef de weduwe Alida Schouten een brief aan haar neef Fredrik Bernard Giffenig. Volgens de website is de achternaam Gifferig, maar ik vind het toch meer op Giffenig lijken. Ook stelt de website dat deze brief afkomstig is uit Duitsland. Het is eenvoudig aan te tonen dat dat niet klopt. Over de bestemming tast de website in het duister. Met de nodige moeite heb ik de woonplaats van de geadresseerde gevonden. Maar toen ik die eenmaal had, kwam ik geleidelijk aan steeds meer informatie over hem op het spoor. Verder heb ik over alle personen die in de brief worden genoemd wel iets gevonden. Lees “De brief uit Surhuizum die nooit aankwam (1779)” verder

Volkstelling 1744 Achtkarspelen

In juli 2011 heb ik meegewerkt aan een initiatief van Tresoar om de gegevens van de Volkstelling van 1744 in te voeren. Ik heb toen alle gegevens van de gemeente Achtkarspelen ingevoerd. Uiteindelijk zullen de gegevens van heel Friesland te doorzoeken zijn op tresoar.nl. De gegevens van Achtkarspelen stel ik alvast beschikbaar in de vorm van een lijst.

Lees “Volkstelling 1744 Achtkarspelen” verder

Genealogie Van der Kloet

(Versie 27-12-2017)


Als in 1811 in Friesland familienamen moeten worden gekozen, zijn er maar twee personen die de achternaam Van der Kloet laten registreren. De ene is Sake Jans van der Kloet uit Garijp. Hij en zijn nakomelingen blijven deze achternaam consequent gebruiken. De andere is de voogd van de kinderen van Wybe Geeles. Hij neemt voor hen weliswaar de achternaam Van der Kloet aan, maar in de burgerlijke stand komen zij en hun nakomelingen alleen onder de naam Kloetstra voor. Alle Friese Van der Kloeten behoren dus tot dezelfde familie.

Sake Jans van der Kloet was een zoon van de welgestelde boer Jan Romkes. Die pachtte net als zijn vader de boerderij die stond op de plek waar voor de hervorming het klooster van Siegerswoude (onder Garijp) stond. Ook Sake Jans is hier enkele jaren boer. Later wordt zijn plaats ingenomen door zijn broer Romke, die in 1811 de achternaam Kloosterman aanneemt. Sake Jans van der Kloet oefent daarna nog verschillende beroepen uit (schipper, koopman/winkelier). In de laatste periode van zijn leven had hij een huis in Garijp aan de Inialoane, waar nu de Iniabar is gevestigd. Lees “Genealogie Van der Kloet” verder