Stamreeks Geert de Haan

2 Geert Geerts de Haan (1859-1943)

Mijn overgrootvader Geert Geerts de Haan is in 1859 in Drogeham geboren en woont daar ook de eerste jaren na zijn huwelijk met Aagje Annes Piekstra in 1884. Zij werd in 1861 geboren in Augustinusga. Hun eerste twee kinderen worden in Drogeham geboren. Zij wonen dan in bij Geert Aans de Haan, de vader van Geert Geerts de Haan. In 1887 of 1888 komt het echtpaar in Augustinusga wonen, op de hoek van It West en de Turfloane. Zij trekken in bij de vader van Aagje, nadat haar moeder is overleden. Dat is in hetzelfde huis waar de overgrootvader van Aagje, Lammert Geerts Laanstra, heeft gewoond. In het huis daarnaast woonde in 1824 volgens het kadaster de grootvader van Aagje, Jacob Tjipkes Ytsma!

gg_de_haan_en_aa_piekstra

In een hypotheekacte van 13 mei 1889 worden de bezittingen van Geert Geerts de Haan en zijn vrouw als volgt omschreven:

‘Een huizinge met grond en erve cum annexis en drie perceelen weidland, staande en gelegen onder Augustinusga, Kadastraal bekend Gemeente Drogeham, Sectie C, nummers: 311 weiland, groot tien are zestig centiare, 306 idem, groot veertig are zeventig centiare, 377 idem, groot negen en zeventig are veertig centiare en 755, huis en boomgaard, groot zeven are twintig centiare’.

In totaal hebben ze dus iets meer dan twee hectare grond. Op huis en grond neemt Geert Geerts de Haan een hypotheek van 1600 gulden. Hij leent dit bedrag van de 83-jarige Gaele Johannes Couperus, landbouwer in Augustinusga. Zijn zoon Petrus Albert Couperus treedt op als zijn gemachtigde. Die is dan 40 jaar en net als zijn vader landbouwer in Augustinusga. In de hypotheekacte wordt geen termijn genoemd waarbinnen de schuld moet zijn afgelost. Wel wordt uitdrukkelijk bedongen dat het huis tegen brand moet zijn verzekerd totdat de schuld volledig is afbetaald.

Dit is geen overbodige bepaling, zo blijkt enkele jaren later. Als Geert de Haan junior vier jaar is steekt hij namelijk per ongeluk zijn ouderlijk huis in brand. Hij heeft lucifers te pakken gekregen en wat hooi uit de hooiberg getrokken en in brand gestoken. Het lukt hem niet het vuur weer uit te krijgen, zodat het overslaat op de rest van het hooi en het hele huis in brand raakt. In paniek vlucht Geert het land in. Als hij later wordt ondervraagd of hij de brand heeft veroorzaakt, wil hij dat eerst niet toegeven. Dan is een van zijn ouders zo slim om hem te vragen: ‘Koest it fjoer net út krije?’ (= ‘Kon je vuur het niet uit krijgen?’). Dan barst hij uit: ‘Mar ik stie der ommers mei beide fuotten boppe op!’ (= ‘Maar ik stond er immers met beide benen bovenop!’). Zo bekent hij dus toch nog.

Er worden in totaal maar liefst vijftien kinderen geboren. Zeven kinderen overlijden voordat ze een jaar oud zijn. Verder sterven er nog twee kinderen op respectievelijk twee- en vijfjarige leeftijd. Uiteindelijk worden maar zes van de vijftien kinderen volwassen (Aan, Anne, Geert, Aukje, Houkje, Hendrik). Hoewel Geert Geerts de Haan eerst arbeider is, wordt hij op latere leeftijd landbouwer genoemd. Hij houdt dan zelf wat vee.

Hoewel het gezin De Haan in Augustinusga woont, blijven ze sterk op Drogeham georiënteerd. Daar blijven ze de gereformeerde kerk bezoeken. Geert Geerts de Haan zit daar jaren lang in de kerkeraad. Hij was intelligent en een gevreesd spreker op gedenk- en feestdagen, omdat hij zeer gewaagde opmerkingen maakte. Een boer die samen met Geert Geerts de Haan in de kerkeraad van Drogeham zit, vertelt dat hij aan het slachten is en belooft dat de familie De Haan daar wel wat van zal krijgen. Als later blijkt dat ze alleen een pens hebben gekregen, voelt Geert Geerts de Haan zich zo beledigd, dat hij de pens in de kruiwagen naar de boer terug brengt met de woorden: ‘Mienst dat ik myn bern stront ite litte wol?’ (= ‘Denk je dat ik mijn kinderen mest wil laten eten?’).

Aan het eind van hun leven wonen Geert de Haan en Aagje Piekstra in Twijzel. Eerst wonen ze samen bij dochter Aukje en haar man Joon. Na het overlijden van zijn vrouw in 1937 ging hij bij zijn andere dochter Houkje wonen, eveneens in Twijzel. Dat verklaart waarom er op zijn persoonskaart twee verschillende adressen in Twijzel staan. Hier overlijdt hij in 1943.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *