Stamreeks Aatje Annes Staphorstius

6 Johannes Staphorst(ius) (1600-1652)

Johannes Staphorst wordt circa 1600 te Leeuwarden geboren als zoon van Nicolaus Staphorst en Maycke Jans van Benthem. In 1619 schrijft hij zich in Franeker in als student medicijnen, maar wordt kort daarna toch predikant. Hij begint als kandidaat in Zwaag in 1622, daarna is hij predikant te Hensbroek en Obdam vanaf 1630 en in Wormer vanaf 1637. Na een verblijf van bijna twintig jaar in Noord-Holland keert hij naar Friesland terug. Op 4 oktober 1641 wordt hij in Workum bevestigd als predikant. Dat blijft hij tot hij omstreeks 5 september 1652 overlijdt.

In de periode dat hij predikant in Workum is, wordt hij verschillende keren genoemd in de verslagen van de Friese Synode.[1] In twee gevallen gaat het om zaken die voor flink wat opschudding hedden gezorgd. Het eerste geval betreft een hoog opgelopen conflict in Workum met een andere predikant; het tweede een schorsing voor tien weken vanwege financieel wangedrag.

Workum heeft twee predikanten, Johannes Staphorst en Fokke (Phocaeus) Stellingwerf. In 1647 moeten beide predikanten voor de synode verschijnen. Stellingwerf verwijt Staphorstius dat die hem uit de stad Workum heeft laten verbannen, hem van het avondmaal heeft laten weren en heeft gemanipuleerd bij de verkiezing van de kerkeraad. Staphorstius ontkent alle beschuldigingen. De synode oordeelt dat Stellingwerf onterecht van het avondmaal is geweerd. De twee predikanten worden ernstig berispt vanwege hun ruzie en de verdeeldheid waartoe dat in de gemeente heeft geleid. De beide ruziemakers beloven beterschap. Maar voor de zekerheid houdt de synode een zware commissie achter de hand, die zonodig in Workum orde op zaken moet komen stellen.

In een boekje van Jan W. Kesler komt een passage voor die blijkbaar op deze kwestie slaat:

“Wie een studie zou willen maken van de kwesties tusschen twee predikanten zou verbaasd staan over de vindingrijkheid der broeders. Is daar wel een onderwerp waarover een tweetal eerwaarden geen kwestie kan maken? In Workum dan ging het om de pastoriebleek. De eene predikant wilde er zijn waschgoed op laten bleeken en de ander wilde er schapen op weiden. Tenslotte kwam de stedelijke overheid zelfs tusschenbeide met een resolutie “wegens de misstanden en verschillen tusschen beide predicanten alhier”. Maar drie jaar later moet de magistraat opnieuw een klacht behandelen “over het weiden der lammen ofte schapen op den gemene pastorije bleeck….” Een van de beide heeren heeft de vroedschap tenslotte “als een ongehoorsame en oproerige borger” het burgerrecht ontnomen, terwijl hem werd aangezegd, dat hij Workum voor zonsondergang verlaten moest hebben, wilde hij niet door een stadsdienaar worden uitgeleid! Voorwaar een krasse maatregel, waar noch de classis noch afgevaardigen van de synode iets aan vermochten te veranderen. Dat de classis dezen man aan de gemeente Heerenveen, die hem een beroep zond, aanbeval als “een goed en vreedzaam broeder van onze classis” geeft over deze classis te denken….“[2]

Het tweede geval speelt in 1650. De synode is maar liefst vier dagen met deze zaak bezig, van 12 tot en met 15 juni. In die tijd worden beide partijen, de classis Bolsward respectievelijk Johannes Staphorstius, enkele malen gehoord en worden documenten bestudeerd. De vergadering bevestigt een eerder oordeel. Johannes Staphorstius wordt voor een tijd van tien weken geschorst. Daarna mag hij weer aan het werk na een openbare schuldbekentenis voor zijn gemeente en voor de classis. Hij moet beloven in de toekomst voorzichtiger te handelen. Jaarlijks moet hij 250 caroliguldens van zijn traktement laten staan.[3] Maar eerst moet hij in deze vergadering zijn ‘misdaad’ belijden en dat moet hij ook doen op de eerstvolgende gelegenheid voor de classis Bolsward. Er is al een tekst opgesteld waarmee hij schuld moet bekennen. Hij moet bekennen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan slecht beheer van goederen, onvoorzichtige transacties, benadeling van schuldeisers door het tekenen van een onzorgvuldige akte en het betrekken van andere instanties bij de zaak terwijl die onder de bevoegdheid van de classis viel. Johannes Staphorstius doet wat de synode hem vraagt. Hij belooft hetzelfde te doen voor de classis Bolsward en zijn crediteuren volledig te zullen betalen.

Johannes Staphorst trouwt op 16 oktober 1625 in Leeuwarden met Trijntie Alles (of Allarts). Zij is een dochter van Alle Dircx en Jancke Hendricx Schellingh en werd op 29 oktober 1609 in Leeuwarden gedoopt. Het echtpaar krijgt voor zover bekend vier kinderen. De eerste is de hiervoor besproken Allardus Johannes Staphorstius. Daarna volgen Nicolaus, Hendricus en Theodorus. Zowel Nicolaus als Theodorus laten later in Workum een aantal kinderen dopen (1659-1672). Van Hendricus heb ik verder geen spoor kunnen vinden.


[1] Voor de periode 1621-1650 getranscribeerd door J.J. Kalma.

[2] De torens vertelden mij, door Jan W. Kesler (circa 1940 of 1950). Zie: http://www.houwie.net/torens00.html.

[3] Dat traktement bedroeg waarschijnlijk 600 of 700 gulden per jaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *